Wetgeving en experimenteren:

eerst in gesprek, dan maatwerk

Wetgeving en experimenteren: eerst in gesprek,

dan maatwerk

Al vanaf het begin van het IBP Vitaal Platteland is Jitske van Laar vanuit LNV het aanspreekpunt voor wetgeving en experimenteerruimte. De verbinder voor de drie noordelijke provincies concludeert na 3,5 jaar dat ze minder vragen kreeg dan verwacht, dat de regels niet altijd het probleem zijn, dat experimenteren altijd maatwerk vraagt, en dat overleg de sleutel is.

Grasduinen in gebiedsplannen

‘We verwachtten veel werk, want we horen heel veel over wet- en regelgeving die in de weg zit. Maar eigenlijk bleef het rustig: in die eerste fase ging het misschien nog niet over praktische projecten, maar vooral over hoe de samenwerking vorm moest krijgen.’ Daarop zijn Jitske en collega’s zelf aan de slag gegaan: ‘Toen de gebiedspannen er lagen, zijn we daarin gaan grasduinen. Op zoek naar opmerkingen over wet- en regelgeving – bijvoorbeeld vergunningen of mestbeleid. Door die bij elkaar te zetten, kregen we een goed beeld van vragen die in meerdere gebieden spelen.’

Regels niet altijd het probleem

Voor de online werksessie ‘Verduurzaming landbouw’ in juni 2020, maakte Jitske een overzicht van tips op het gebied van experimenteren en wettelijke beperkingen: ‘Als je denkt, “de wetgeving werkt niet mee”, dan kun je een aantal stappen nemen om dichter bij een oplossing te komen. Allereerst is er vaak best wat inzet nodig om te achterhalen waar het probleem nou precíes zit.’

‘Ik adviseer sowieso om eerst in gesprek te gaan met je team en andere betrokken partijen, zodat je het probleem écht helder maakt. En onderzoek ook of jouw probleem als ergens anders speelt of onderzocht wordt. In het IBP Vitaal Platteland waren er bijvoorbeeld zes partijen bezig met bokashi, en drie met asbest. Gebruik die gedeelde uitdagingen om van elkaar te leren en samen iets te doen.’

Maak het probleem helder

Stap 2: als je het probleem hebt bepaald, kijk dan of dat in de regels zelf zit. Jitske licht toe: ‘Regelmatig denken partijen dat iets niet kan, maar dat met de juiste informatie blijkt dan dat de wet het wel toestaat. En soms zit het in de interpretatie van regelgeving, waarbij bijvoorbeeld een gemeente niet de ruimte neemt die de regels wel bieden.’

Ze noemt het voorbeeld van Drentse veehouder Maurits Tepper: ‘Die wilde zijn bedrijf doorontwikkelen, van vleeskoeien naar vlees- én melkkoeien. Een wijziging die vrijwel nooit voorkomt, waardoor de RVO de wijziging administratief niet kon verwerken. Niet de regels, maar de uitvoering was daar dus het probleem. Uiteindelijk is die vraag via Vitaal Platteland bij het ministerie terechtgekomen, en heeft een LNV-collega dat kunnen regelen.’

Experimenteergebieden en onderzoeken

‘En soms zit het probleem wel in de wet zelf, maar is een oplossing al in de maak. Dan kun je zorgen dat jouw specifieke vraag meeloopt in wijzigingstraject,’ vervolgt Jitske. Maar: ‘In heel weinig gevallen ben je direct geholpen met aanpassingen van wetten en regels: dat is een proces van jaren. Al is dat soms wat je uiteindelijk wil bereiken.’

Creatieve oplossingen

In de tussentijd moeten gebieden dan op zoek naar andere creatieve oplossingen. ‘Een goed voorbeeld is een groep Drentse boeren die wilde stoppen met het gebruiken van gif om grasland geschikt te maken voor het inzaaien van nieuwe gewassen. Dat kon door het gras vroeg in het seizoen te ‘scheuren’ – op tijd dood om later in het seizoen bijvoorbeeld mais in te zaaien. Maar de wet staat dat niet toe. Omdat Noord-Nederland door het ministerie is aangewezen als experimenteergebied, konden ze de nieuwe benadering in dat proces als experimentplan aanmelden en hebben ze toch toestemming gekregen.’ ‘Nu lukt niet alles op die manier, dus vaak moet je verder zoeken. Je kan bijvoorbeeld kijken of er bij de universiteit van Wageningen (WUR) een onderzoeksproject loopt waar je bij kunt aansluiten, of dat andere organisaties al een creatieve oplossing hebben gevonden. De precieze oplossing is eigenlijk altijd maatwerk. Daar denken we vanuit LNV graag over mee, en ook de interbestuurlijke samenwerkingsverbanden in de gebieden kunnen daar enorm bij helpen. Zo kunnen we samen de belemmeringen wegnemen voor een toekomstbestendig landelijk gebied.’

Praktijkverhaal

Martha van Abbema (wethouder Twenterand + voorzitter portefeuillehoudersoverleg wethouders landelijk gebied, de Groene Metropool): Interbestuurlijk werken is een groeimodel. We worden er hier in Twente steeds beter in, en gaan er hoe dan ook mee verder. Twente is vanuit de Rijksvisie over Kringlooplandbouw aangewezen als ‘experimenteerregio’.

Om daar invulling aan te geven zijn we begonnen met het opstellen van een agenda. Om verbindingen te leggen en ook om een gezamenlijke lobby op gang te zetten. Vanuit verschillende proeftuinen op boerderijniveau: wet- en regelgeving die in de weg zit. We hebben een hele lijst opgesteld met knelpunten die we in de dagelijkse praktijk belemmert. Als je lijst opstelt, is het soms ook ontmoedigend. Het helpt ook om gewoon te gaan doen. Vanuit LNV is de oproep: maak het zo concreet en scherp mogelijk.

Op de hamvraag of het benoemen van de knelpunten ook al tot het oplossen daarvan heeft geleid antwoord wethouder Abbema: ‘Ruimte hebben we ook bij eigen gemeentes gevonden. Lang niet iedere gemeente heeft dezelfde bepalingen in zijn bestemmingsplan. Daar zijn we mee begonnen. Dat is heel concreet. Dat hebben we vervolgens ook bij de provincies gedaan. Zo ruimen we per verdieping belemmeringen op en werken we aan opschaling.’

Martha van Abbema

Martha van Abbema (wethouder Twenterand + voorzitter portefeuillehoudersoverleg wethouders landelijk gebied, de Groene Metropool): Interbestuurlijk werken is een groeimodel. We worden er hier in Twente steeds beter in, en gaan er hoe dan ook mee verder. Twente is vanuit de Rijksvisie over Kringlooplandbouw aangewezen als ‘experimenteerregio’. Om daar invulling aan te geven zijn we begonnen met het opstellen van een agenda. Om verbindingen te leggen en ook om een gezamenlijke lobby op gang te zetten. Vanuit verschillende proeftuinen op boerderijniveau: wet- en regelgeving die in de weg zit. We hebben een hele lijst opgesteld met knelpunten die we in de dagelijkse praktijk belemmert. Als je lijst opstelt, is het soms ook ontmoedigend. Het helpt ook om gewoon te gaan doen. Vanuit LNV is de oproep: maak het zo concreet en scherp mogelijk. Op de hamvraag of het benoemen van de knelpunten ook al tot het oplossen daarvan heeft geleid antwoord wethouder Abbema: ‘Ruimte hebben we ook bij eigen gemeentes gevonden. Lang niet iedere gemeente heeft dezelfde bepalingen in zijn bestemmingsplan. Daar zijn we mee begonnen. Dat is heel concreet. Dat hebben we vervolgens ook bij de provincies gedaan. Zo ruimen we per verdieping belemmeringen op en werken we aan opschaling.’

Martha van Abbema

Deel via