Principes, doelen en effecten

Een rondleiding door 3,5 jaar

Vitaal Platteland

Het IBP Vitaal Platteland was een professionele expeditie. Het doel: ontdekken of je betere resultaten boekt als je op een andere manier gaat samenwerken. Deze expeditie voltrok zich langs een hoop bijzondere plekken, fysiek en virtueel. Zorgvuldig gekozen plekken die symbool staan voor de aanpak, het verloop en de doelen van het intebestuurlijk programma. Olga van Kalles neemt ons mee langs een aantal van die locaties en vertelt wat ze zo bijzonder of belangrijk maakt.

Eerste Stop: Sportcentrum Papendal, Arnhem

Een enorm energieke aftrap

Het interbestuurlijk programma begon als anderhalf A4’tje: op 14 februari 2018 zetten alle koepels – van gemeenten, provincies, waterschappen – en het Rijk daar hun handtekening onder. Direct daarna organiseerden we een tweedaagse, op 22 en 23 maart in Papendal, het topsportcentrum bij Arnhem. Daar begon de vertaling naar de praktijk: met welke gebieden gaan we aan de slag, wat vinden we belangrijk, welke inhoudelijke thema’s en problemen willen we aanpakken? Het was een enorm energieke setting: alle aanwezigen waren nieuwsgierig, bevroegen elkaar: wat willen we bereiken, hoe pakken we dat aan en hoe snel kan dat?’

‘Het was een fantastische locatie en manier om het programma te af te trappen. Niet de klassieke werkwijze van één overheid die intern visies en plannen gaat uitdokteren en dan pas veel later de rest betrekt, niet beginnen met ‘wie gaat waarover’, maar uitgaan van de problematiek: in welke gebieden zijn we als vier partijen nodig, hoe werken we dan samen, wat doen we als het lastig wordt? Het enige papier wat eraan te pas kwam was een flipover met een grote kaart van Nederland. Daarop we zijn gaan kijken: in welke gebieden moeten we beginnen, en welke problemen spelen daar? Zo zijn we gekomen tot de eerste selectie van gebieden, tot de thema’s en tot onze manier van samenwerking. Het was een investering, maar met een enorme opbrengst. We hebben daar echt topsport bedreven!’

Tweede Stop: Melkveeproefbedrijf De Marke, Hengelo (Gld.), Achterhoek

De modder in

‘Leren staat heel erg centraal in het programma, en dat gebeurt voor een groot deel in de werkplaatsbijeenkomsten in de gebieden zelf. Het ‘gastgebied’ ontvangt de andere gebieden, en laat zien: welke problematiek speelt hier, en welke oplossingen onderzoeken we. We blijven bij de werkplaatsen ook niet binnen zitten: de laarzen gaan aan, deelnemers gaan de stal en de wei in om met eigen ogen te zien hoe het gaat in het gebied.’

‘De eerste werkplaats in de Achterhoek was extra belangrijk, want we hebben daar met elkaar het hele programma van de werkplaatsen gemaakt: besloten dat we eens per kwartaal bij elkaar zouden komen, bekeken wie gastgebied wilde zijn en welke thema’s er aan bod zouden moeten komen. Dat alles met een mix van uitvoerders en bestuurders – daar is ook het netwerk ontstaan.’

‘We hebben niet volgens het boekje gewerkt, geen duur bureau ingehuurd en gezegd: ‘Verzint u het maar’, maar hebben met alle gebieden gekeken waar ze zelf behoefte aan hadden. Daarbij hebben we voldoende ruimte gelaten voor verdere ontwikkeling. Zo hadden we van tevoren gezegd dat de werkplaatsen in ieder geval voor de vier overheidslagen waren, maar gaandeweg bleek dat er ook behoefte was aan het uitnodigen van andere spelers. Bewonerscollectieven, boeren, natuurorganisaties – partijen die belangrijk zijn in de uitvoering, en daar ook iets over te zeggen hebben. Zo is de community steeds groter geworden, en is er steeds meer toegevoegd aan de werkvorm. Maar de kern is dat mensen niet naar de werkplaatsen komen om hun stokpaardjes te berijden of belangen te behartigen, maar om te delen: waar heb je hulp bij nodig, en wie kan die hulp bieden.’

Derde Stop: Villa Jongerius, Utrecht (via Antropia, Driebergen)

Professionele feedback

‘Als je praat met de vertegenwoordigers van de gebieden naar hoogtepunten uit het programma, komt één moment telkens terug 28 mei 2019: de reflectiesessie over de gebiedsplannen in Villa Jongerius, in Utrecht.’

‘De kiem voor die dag was gelegd in het voortraject van het IBP VP, in april 2018, in Antropia, bij Driebergen. Daar hadden we een collegiale toetsdag georganiseerd. De gebieden die hun gebiedsplan voor het eerst hadden opgeschreven pitchten die aan de andere deelnemers. Die stelden vervolgens vragen, opperden ideeën en deden toevoegingen. Het bleek een hele leuke manier om de kwaliteit van je gebiedsplan te verbeteren – niet met beoordelingscommissies en checklistjes, maar op een opbouwend kritisch, lerende, gezamenlijke manier. Dat had effect: er waren gebieden die beseften dat ze hun plannen toch niet voldoende hadden uitgewerkt, of dat ‘hun’ problematiek eigenlijk niet zwaar genoeg was om met vier overheden aan te pakken. Die vielen dan af.

Het succes van die sessie wilden we voortzetten, in Villa Jongerius, een jaar later. Dit keer haalden we externe experts binnen: professoren, lectoren en onderzoekers van planbureaus, universiteiten en onderzoeksinstituten. Die gingen in gesprek met de gebieden over hun plannen. Daarbij gaven ze kritische feedback: niet in termen van goed of fout, maar door te adviseren minder sterke onderdelen opnieuw te bekijken, oplossingsrichtingen te benoemen die nog niet ver genoeg waren uitgewerkt, belangrijke belanghebbenden die niet genoeg waren ingebed.’

‘Die setting was best spannend voor de gebieden: de andere gebieden zaten erbij als toeschouwers, en je kunt toch het gevoel krijgen dat je een beetje op het matje wordt geroepen. We hebben de sessie dan ook niet verplicht, maar gepresenteerd als kans – en alle gebieden hebben zich ingeschreven, vanuit hun eigen motivatie. Het gevolg: de sfeer was uitstekend, wat er gezegd werd was raak en de bijeenkomst heeft echt gezorgd voor verdieping in alle plannen.’

Vierde Stop: Veenweiden-Innovatiecentrum, Zegveld

Bestuurlijke betrokkenheid

‘Van de bestuurlijke bijeenkomst in Zegveld herinneren veel mensen zich de oproep van PBL-baas Mommaas: ga dat trappenhuis in, kom van je etage af, zorg voor nieuwe manieren om elkaar te vinden! Alle gebieden waren in die bijeenkomst vertegenwoordigd – allemaal bestuurders die in hun gebied bezig waren om in hun gebied samen te werken, en Mommaas gaf daarop reflectie van buitenaf – jullie zitten aan de knoppen, dus hoe willen jullie het doen in Nederland? Het voedde het enthousiasme onder bestuurders, het besef van de rol die ze hebben.’

‘Een goed teken was ook dat er veel burgemeesters en wethouders waren. Bij thema’s waar je ‘erover gaat of niet’, en de provincie, het Rijk, de EU of juist particulieren ‘erover gaan’, hebben gemeenten van nature wat minder in de melk te brokkelen. Maar ondernemers en burgers gaan wel als eerste naar gemeente toe als er iets, dus het was een grote toevoeging dat ze hier echt als gelijkwaardig partner aan tafel zijn geschoven.’

‘De bijeenkomst was ook een sterk signaal richting de plannenmakers en uitvoerders – “je bestuurder begrijpt dit, je kunt zaken bespreken en op de agenda zetten”. Ook hier gingen we weer het veen in, om de bestuurders aan den lijve te laten ondervinden waar het echt over gaat. In 2020 had de bijeenkomst een mooi vervolg kunnen hebben: dat hebben we helaas door corona moeten afblazen.’

Laatste Stop: Online ontmoetingsplaatsen

Een groter bereik

‘Inmiddels zijn we toe aan de tiende werkplaats – en sinds maart 2020 betekent dat een online bijeenkomst, waar we eerst eens per kwartaal fysiek bij elkaar kwamen. Die omslag was opnieuw een experiment, maar bleek eigenlijk een enorm succes. Omdat we een landelijk dekkend programma zijn, had een groot deel van de werkplaats-bezoekers te maken met forse reistijd. Mensen die van oost-Groningen naar Zeeland moesten komen, en andersom.’ ‘Sinds de bijeenkomsten digitaal zijn is het aantal deelnemers min of meer verdubbeld. Gebieden sturen niet langer één afgevaardigde die alles beleeft en doorgeeft, maar álle betrokken medewerkers. Dat heeft dus juist een positieve impact gehad op het programma. We hebben zelfs nieuwe soorten werksessies opgezet: zoals de IBP VP Cafés, werksessies voor gebieden die dezelfde problematiek delen – denk aan veenweidegebieden of hoge zandgronden – en webinars over specifieke kansen, zoals de Erfgoeddeal. En waar we in de werkplaatsen normaal gesproken met de laarzen aan op werkbezoek gaan, maken de gastgebieden nu filmpjes: zo kunnen deelnemers nog steeds precies zien wat er daar gebeurt. Bestuurders vinden het enorm leuk om mee te werken en hun gebied te laten zien, wat hun commitment versterkt.’ ‘Tijdens een van de online bijeenkomsten vertelde een boer wie er vanuit de overheid allemaal op zijn boerenerf kwam, waarbij een tekenaar live mee tekende. Gaandeweg werd de boer best emotioneel: er kwamen zoveel inspectiediensten langs, dat hij het gevoel had dat hij continu in de verdediging moest – zonder platform waar hij dat kwijt kan. Hier kon dat wel, hier horen we elkaar, kunnen we met elkaar in gesprek. Eén van de deelnemers zei treffend: “De luiken zijn opengegaan.”’

Column Geert Teisman

Over het belang van tussenruimte en synchroonzwemmen

Column Geert Teisman

Over het belang van tussenruimte en

synchroonzwemmen

Column Geert Teisman

Over het belang van

tussenruimte en

synchroonzwemmen

Wie zich verdiept in de aanpak van complexe (gebiedsgerichte) opgaven komt al snel uit bij prof dr Geert Teisman. De hoogleraar Bestuurskunde pleit voor het ‘organiseren van tussenruimte’. Dat staat voor een manier van werken die niet uitgaat van je eigen beleidsdoel, maar analyseert waarop partijen elkaar écht kunnen vinden. Dat noemt Teisman ‘het opstellen van een rijke agenda’. Hoe rijker de agenda hoe effectiever en sneller de samenwerking wordt, is zijn insteek. Samenwerken in ketens en netwerken wordt daarmee het uitgangspunt van werken. Het is dan ook niet vreemd dat Geert Teisman een veel gevraagde en graag geziene gast is bij het IBP. Niet alleen omdat hij verstand van zaken heeft, maar ook omdat hij daar gemakkelijk over praat in aansprekende metaforen en praktische voorbeelden. Vijf reflecties ter inspiratie van ‘IBP huisadviseur’ Geert Teisman:

1. Grensontkennend denken en doen

Tijdens de werkplaats bijeenkomst in Aldeboarn – De Deelen sprak Geert over ‘effectvol inspelen op hedendaagse maatschappelijke uitdagingen’. ‘Werken aan oplossingen in een complexe omgeving, vraagt om grensontkennend denken en doen. Bijvoorbeeld op het vlak van multilevel governance: je moet snel kunnen schakelen van wijk naar wereld. Hoe sneller we dat kunnen, hoe beter we kunnen voorzien in instrumenten die nodig zijn om complexe vraagstukken aan te pakken. Ook gaat het om schakelen tussen de sectoren, om het opzoeken van de grenzen. Echte innovaties liggen op die grensvlakken. Durf je met een andere aanpak thuis te komen dan waarmee je op pad bent gestuurd? Durf je een aanpak op te stellen die niet te overheidscentrisch is? En mis je geen partijen die het verschil kunnen maken? Hier vind je het verslag van de bijeenkomst met daarin ook de presentatie van Geert.

2. De traditionele aanpak werkt niet meer

Multi-level governance gaat over hoe verschillende ‘schalen’ (lagen) van overheden zich tot elkaar verhouden. ‘Schalen zijn lang beschouwd als een ordeningsprincipe; waarbij je de taken op een zo laag mogelijk niveau legde. Ging dat niet, dan legde je de taak op een hoger niveau neer’, vertelt Geert Teisman. ‘Het idee was dat je met taken kon aanduiden op welke laag dat het beste past. Dat hebben we 50 jaar geprobeerd, maar niet bepaald met succes, stelt Teisman.

Multilevel governance: vraagstukken huppelen over schalen, danst u erachteraan?

3. Leer ‘synchroon zwemmen’!

Overheden zijn ingehaald door de praktijk: de schalen lopen steeds vaker door elkaar heen en alle pogingen om dat weer ongedaan te maken mislukken. Decentralisatie neemt de verantwoordelijkheid niet weg bij departementen en kabinet en centralisatie neemt niet weg dat het Rijk afhankelijk blijft van hoogwaardige bijdragen uit de regio. Schalen zijn en blijven blurred; niet meer helder. ‘Je kunt ze niet meer scheiden. En, een nog veel belangrijker inzicht, juist bij de overgangsgebieden tussen de schalen, waar vroeger een gesloten grens werd verondersteld – dáár moet het gebeuren.’ Multi-level governance is de oplossing en grenswerkers tussen de lagen bepalen de slagkracht van deze vorm van governance; uitgelegd door Teisman als ‘synchroon zwemmen’. Dat is wat overheden moeten gaan doen: uitgaan van een vraagstuk, en je eigen aanpak en die van anderen op elkaar afstemmen (‘synchroniseren’). Dat betekent een nieuwe wijze van denken.’

4. Erken dat je elkaars taal moet en wilt leren spreken

Een aandachtspunt bij nieuwe samenwerkingen is het verschil in taal en cultuur, tussen mensen uit verschillende organisaties en met verschillende achtergronden. Teisman: ‘Erkennen dat je verschillende talen spreekt is de eerste stap om effectief te kunnen samenwerken. Overheden, kennisinstellingen en private partijen, maar ook beleidskokers onderling over bestuurslagen onderling hebben gemiddeld een jaar nodig om elkaar te leren begrijpen!’ Dat is wel een voorwaarde om snel te kunnen schakelen tussen lagen.

5. Ruimte bieden aan zelf organiserend vermogen

In een complexe samenleving is het hoogst bereikbare, weten dat je veel niet weet. ‘Knowing in de unknowable’ noemt Flood dat. Dat betekent ook managing the unmanageable. De enige manier om tot vitale plattelandsontwikkeling te komen is volgens Teisman meer ruimte geven aan regionaal zelf-organiserend vermogen en daar vervolgens nationale ambities en inzet aan te koppelen, niet andersom. ‘Met andere woorden; het vertrouwen hebben dat het leeuwendeel van die andere mensen ook bereid zijn hetgeen te doen dat resultaat oplevert en daar vervolgens zelf aan toe te voegen. Dat is waardencreatie in ketens en netwerken. Leiderschap gaat niet meer om één persoon, maar om de kwaliteit van de keten en de netwerken waar je deel van uitmaakt. Dat kun je ook teamwork noemen.’

Geert Teisman

Deel via