#lerendevalueren – ‘Organiseer je rond de maatschappelijke opgave’

De lerende evaluatie en de IBP VP-gebieden

“Ons onderzoek bevatte twee onderdelen: het op gang brengen van reflectie (in programmaorganisatie en gebieden) en een evaluatie (van het programma). Voor het op gang brengen van reflectie op de transitieambitie is het transformatiedenkraam dat we hebben ontwikkeld een belangrijk resultaat. Dit kan gebieden helpen te reflecteren, om te kijken of ze op de goede weg zitten.”

Hiddo Huitzing leidde het PBL VU onderzoek voor IBP Vitaal Platteland. Hoe heeft hij dit traject ervaren, hoe werkt zo’n denkraam en welke tips heeft het PBL richting de toekomst?

Kennismaken met twee kanten van IBP VP

De eerste kant van het IBP VP kwam tot leven, toen programmamanager Olga van Kalles en de werkgroep Kennis en Onderzoek hun verzoek voor een evaluatie aan PBL toelichtten. Er was een nieuw programma gestart om interbestuurlijk te werken voor een vitaal platteland. Hoe dit precies zou gaan lopen wist het programmateam nog niet: de opgaven en verandering zou bottom-up uit de gebieden komen. Om de opgave centraal te zetten en de uitdaging gezamenlijk – als één overheid – op te pakken zouden leren door doen en reflectie een belangrijke rol spelen. Een spiegel was dus nodig. ‘Zou PBL die spiegel willen voorhouden?’ Zo kwamen we op een lerende evaluatie, waarbij we het VU Athena Instituut vroegen om mee te doen. In mei 2019 kwam voor mij de tweede kant van het IBP VP tot leven: het enthousiasme uit de gebieden. Ik herinner me een dag waarop we spraken over dynamisch programmeren, een mooi verhaal over experimenteren met gierst als koeienvoer en een wilde busrit door de Peel. Hangend aan een handgreep probeerde ik in die bus te vertellen wat een lerende evaluatie was. ‘Hoe komen we voorbij de pilots naar verandering?’ is een oproep die mij is bijgebleven van de werkplaats in de Zuidoostelijke zandgronden. Die oproep gaf ook een idee hoe het IBP VP mogelijk anders kon zijn, dan vele andere programma’s, projecten, pilots en proeftuinen gericht op de opgaven op het platteland: het organiseren van overheden rondom de opgaven (integraal werken), in plaats van de opgaven naar de overheden (sectoraal werken).

Naar een vitaal platteland?

Onder de kop ‘samenhangende aanpak transities in het landelijke gebied’ hadden de vier betrokken bestuurslagen zich gecommitteerd om de opgaven in samenhang en gebiedsgericht op te pakken. In ons onderzoek bekeken we ten eerste om welke transitieopgaven het gaat in het IBP Vitaal Platteland. De opgaven, en de beste manier om ze op te pakken, zijn anders in elk gebied. Tegelijkertijd ging het om de grote opgaven, die de overheden niet zonder elkaar of de maatschappij konden oppakken. Structurele veranderingen op het terrein van voedselproductie, klimaat, waterveiligheid, circulaire economie, biodiversiteit en energie (klik hier voor de samenwerkingsafspraken) zijn opgaven die groter zijn dan de gebieden alleen.

Column Hans Mommaas

Van de vloeren naar

het trappenhuis

De regio is in vizier. Vanuit het besef dat de grote vraagstukken waar we voor staan, zoals de energietransitie, de klimaatadaptatie, de toekomst van de landbouw, de natuurkwaliteit, het woningtekort niet los van elkaar zijn aan te pakken. Bovendien zal de benodigde samenhang goed moeten aansluiten bij wat er al is: bij de kwaliteit van het landschap, bij de bestaande infrastructuur van wegen en leidingen, bij de kwaliteit van bodem en water. De toegenomen belangstelling voor de regio volgt daar logisch uit. Want daar, in de directe leefomgeving, wordt de samenhang concreet en ontstaat betrokkenheid bij de aanpak ervan.

Zoektocht naar samenhang

Het Interbestuurlijke Programma Vitaal Platteland is één van meerdere programma’s waarin een meer actieve verbinding is gezocht tussen bestuurslagen onderling en tussen bestuur en samenleving bij de aanpak van complexe vraagstukken. Andere zijn de Regiodeals, de Regionale Energie Strategieën, de Woningdeals, het Natuurpact, de NOVI gebieden. De programma’s verschillen in de breedte van de opgave, de inrichting van het beleid, de onderlinge organisatie van verantwoordelijkheid. Maar tegelijkertijd delen ze de zoektocht naar samenhang en betrokkenheid.

Bestuurslagen hebben elkaar nodig

Hiermee lijkt een nieuw hoofdstuk geopend in de al langer durende zoektocht naar een effectievere inrichting van het Huis van Thorbecke. Na pleidooien voor het slopen van deze of gene verdieping, de inbouw van een tussenvloer of de restauratie van de oude stortkoker hebben we nu ontdekt waar de echte dynamiek zich in het pand bevindt: in het trappenhuis! Niet als louter dienstbaar aan wat zich op één van de vloeren afspeelt, maar als belangrijke plek om de onderlinge ontwikkelkracht te organiseren. Een meer natuur-inclusieve landbouw kan immers niet ontstaan zonder aanpassingen in de marktordening. Verbetering van natuurwaarden vraagt om een regio-overstijgende verbinding en vernatting van natuur. Een herschikking van de relatie tussen landbouw en natuur is geholpen met een overstijgende visie op welke landbouw we waar willen en met aanvullend nationaal grondbeleid. Kortom: de bestuurslagen hebben elkaar nodig.

Nu nog met elkaar inzetten op een verbetering van het lerend vermogen in het trappenhuis.

Column Hans Mommaas

Van de vloeren naar het trappenhuis

De regio is in vizier. Vanuit het besef dat de grote vraagstukken waar we voor staan, zoals de energietransitie, de klimaatadaptatie, de toekomst van de landbouw, de natuurkwaliteit, het woningtekort niet los van elkaar zijn aan te pakken. Bovendien zal de benodigde samenhang goed moeten aansluiten bij wat er al is: bij de kwaliteit van het landschap, bij de bestaande infrastructuur van wegen en leidingen, bij de kwaliteit van bodem en water. De toegenomen belangstelling voor de regio volgt daar logisch uit. Want daar, in de directe leefomgeving, wordt de samenhang concreet en ontstaat betrokkenheid bij de aanpak ervan.

Zoektocht naar samenhang

Het Interbestuurlijke Programma Vitaal Platteland is één van meerdere programma’s waarin een meer actieve verbinding is gezocht tussen bestuurslagen onderling en tussen bestuur en samenleving bij de aanpak van complexe vraagstukken. Andere zijn de Regiodeals, de Regionale Energie Strategieën, de Woningdeals, het Natuurpact, de NOVI gebieden. De programma’s verschillen in de breedte van de opgave, de inrichting van het beleid, de onderlinge organisatie van verantwoordelijkheid. Maar tegelijkertijd delen ze de zoektocht naar samenhang en betrokkenheid.

Bestuurslagen hebben elkaar nodig

Hiermee lijkt een nieuw hoofdstuk geopend in de al langer durende zoektocht naar een effectievere inrichting van het Huis van Thorbecke. Na pleidooien voor het slopen van deze of gene verdieping, de inbouw van een tussenvloer of de restauratie van de oude stortkoker hebben we nu ontdekt waar de echte dynamiek zich in het pand bevindt: in het trappenhuis! Niet als louter dienstbaar aan wat zich op één van de vloeren afspeelt, maar als belangrijke plek om de onderlinge ontwikkelkracht te organiseren. Een meer natuur-inclusieve landbouw kan immers niet ontstaan zonder aanpassingen in de marktordening. Verbetering van natuurwaarden vraagt om een regio-overstijgende verbinding en vernatting van natuur. Een herschikking van de relatie tussen landbouw en natuur is geholpen met een overstijgende visie op welke landbouw we waar willen en met aanvullend nationaal grondbeleid. Kortom: de bestuurslagen hebben elkaar nodig.

Nu nog met elkaar inzetten op een verbetering van het lerend vermogen in het trappenhuis.

Hans Mommaas Directeur Planbureau voor de Leefomgeving

Video ‘Anders werken aan opgaven in het landelijk gebied’

De opgave van PBL en de VU voor IBP Vitaal Platteland in 3,5 minuut.

Bottom-up en top-down samen

Structurele veranderingen of transities zijn veranderingen in structuur, cultuur en werkwijze. Voor het in gang zetten van die verandering is er geen tegenstelling tussen bottom-up of top-down. Het gaat om alle twee, in samenspraak. Waarbij de uitdaging voor het IBP VP lag in het gezamenlijk sturen op, en werken aan de gezamenlijke opgave. Los van de doelen van de eigen organisaties (verwarrend genoeg vaak ook ‘de opgaven’ genoemd). Sterker, in sommige gevallen is het sectorale doel – het doel van een partij dus - ondergeschikt aan het bijdragen aan de maatschappelijke opgave.

Evaluatiekader en denkraam

Als lens voor de lerende evaluatie hebben we een evaluatiekader ontwikkeld. In feite stelt het evaluatiekader een ‘driehoek’ voor (zie figuur), waarin we relatie een relatie leggen tussen de volgende drie elementen: ambities, leervragen en het aanjagen van veranderingen. Klik hier voor een korte toelichting. Om praktisch met dit evaluatiekader aan de slag te gaan, hebben we een denkraam ontwikkeld. Daarin kan een gebied ambities, uitdagingen en plannen invullen, die zo met deze lens bekeken kunnen worden.

Samenhang tussen nu en straks

Door in dat denkraam gebiedsambities, uitdagingen en gebiedsplannen in te vullen, wordt zichtbaar hoe deze samenhangen. Waarmee het idee is dat je als gebied zicht krijgt op de vraag of je op de goede weg zit. Ook zie je waar extra aandacht nodig is en waar de uitdagingen zitten om te escaleren naar bestuurders, of naar een ander gremium. Gebieden geven aan dat het denkraam helpt: ze zien of gebiedsplannen samenhangen met de ambities, en echt verschil (kunnen gaan) maken. Het laat zien of je goed bezig bent. Het denkraam is ook een moment van bezinning en eigenlijk is dat er niet zo vaak, volgens de gebieden. Het helpt dan om te zien wat voor belangrijke uitdagingen er nog meer zijn naast de waan van alledag. Een aanmoediging om na te denken hoe dat dan aan te pakken. Een handig hulpmiddel dus, maar wel één waar enige kennis en oefening voor nodig zijn. Het denkraam heeft namelijk een specifieke denkwijze die voortkomt uit wetenschappelijke literatuur over transities. Gebieden geven aan dat het enorm helpt als wij er als onderzoekers van PBL en VU bij zitten en vragen stellen die tot reflecteren aanzetten. Het kan best ingewikkeld overkomen, maar zoals een geïnterviewde zei: ‘Dan zie ik zo’n presentatie, tja… Maar dan stellen jullie die vragen hè? En dan wordt het weer heel helder, dus ik word hier wel geïnspireerd van en vrolijk van.’ Wie het werken met het denkraam nog een keer wil proberen kan gerust contact opnemen. Ook na de looptijd van het IBP VP.

PBL en VU op de werkplaats

Vanaf de eerste werkplaats hebben het PBL en VU-team alle werkplaatsen bezocht en waar mogelijk bijgedragen aan het gesprek. Ook hebben is er inhoudelijk en reflectief bijgedragen (al ging dat niet altijd als bedacht. Ook voor de onderzoekers is dit een leerproces). Hiddo: ‘Zo hebben we meegedacht over veehouderijen op zandgronden (16 april 2020) en over leefbaarheid (4 februari 2021). Daarnaast hebben we onze observaties toegelicht en bediscussieerd (18 juni 2020) en ons denkraam bij verschillende sessies toegepast. Bijvoorbeeld bij de sessie ‘Van gebiedsgericht experiment of pilot naar generiek beleid’ (24 september 2020) en bij de sessie ‘Samen zoeken naar perspectief voor de landbouw’ (3 december 2020).’

Tips en links naar verdiepende kennis

Naast het denkraam is er in de afgelopen jaren een groot aantal PBL-publicaties verschenen, met thema’s die relevant zijn voor interbestuurlijk samenwerken of voor de transitie naar een vitaal platteland. De belangrijkste zijn makkelijk terug te vinden op de website van het PBL. Een deel daarvan is ook via de IBP VP-website ontsloten als ‘PBL-tip’:

‘Business as usual’ of echt anders?

Transities vragen om een verandering van structuur, cultuur en werkwijze. Dat hoort te schuren. Hiddo: ‘Maar in dit programma gaven managers aan ‘het IBP VP, daar merk ik niet veel van, dat gaat goed.’ Als de verandering niet gemerkt wordt in de top van betrokken provincies, gemeenten en waterschappen, gaat het dan echt goed met de verandering? Een belangrijke vraag, die eigenlijk te vroeg komt. Het landelijk programma stopt – een voorbeeld van het organiseren van de opgave rondom het ritme van een overheid in plaats van andersom, terwijl de gebieden op stoom komen. Het schuren en veranderen kan nog komen.’

Deel via