Kennis en onderzoek? Gewoon beginnen!

De opgaven in de gebieden van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland hebben één ding gemeen: ze zijn ongekend complex. Om met alle partijen in een gebied goede keuzes te kunnen maken, is kennis nodig. Wageningen University & Research (WUR) hielp de gebieden daarbij. Dat leidde tot een aantal waardevolle inzichten: dat zeer verschillende gebieden toch van elkaar kunnen leren, dat een gezamenlijke visie essentieel is, en dat het niet uitmaakt hóe je begint – áls je maar begint.

Acht lessen over kennis

  1. Maak kennis een integraal onderdeel van je gebiedsproces
  2. Werk samen aan een visie van de toekomst en pak van daaruit je kennisvragen aan
  3. Kijk zowel operationeel als strategisch naar je kennisvraagstukken
  4. Erken het raakvlak tussen kennis en belangen
  5. Samen kun je meer dan alleen
  6. Leer van andere gebieden en trek samen op
  7. Laat ruimte voor aanpassing door dingen die je onderweg leert of tegenkomt
  8. Begin vandaag nog!

In elk Vitaal Platteland-gebied werken vier overheden en allerlei maatschappelijke organisaties samen aan de landbouw-, energie- en klimaattransities geven. Dat vraagt om keuzes, en die keuzes vragen om – vaak nieuwe – kennis. Kennis en onderzoek staat dan ook sinds dag één centraal in het Interbestuurlijk Programma. Het ministerie van LNV heeft aan WUR gevraagd om een aantal gebieden te ondersteunen bij de aanpak van hun kennisvraagstukken. WUR deed dat door middel van actie-onderzoek, onder het motto ‘leren door doen’. Een pragmatische aanpak, waarbij niet alles op voorhand vaststaat. Gebied en onderzoekers gaan samen aan de slag met een kennisvraag, leren zo meer over de aard van het vraagstuk, en maken op basis daarvan vervolgkeuzes.

Verschillende omgevingen, gedeelde kennis

De kennisvragen die de gebieden hebben, lopen sterk uit elkaar. Ongeveer de helft heeft betrekking op inhoudelijke kennis, bijvoorbeeld over waterbeheer en verdienmodellen. De andere helft gaat meer over het proces: hoe kunnen we beter samenwerken, uitwisselen, of aan de juiste gegevens komen? Toch hebben ook problemen die op het eerste gezicht verschillend lijken, in de praktijk veel overeenkomsten. Schouwen-Duiveland is afhankelijk van regenwater om verzilting: dat leidt tot zorgen over de toekomst van de huidige landbouw. In de Zuid-Limburgse heuvels is erosie door regenval een probleem. Hoewel de context verschilt, kunnen maatregelen om water op de Limburgse hellingen tegen te houden ook interessant zijn om het regenwater vast te houden in Zeeland. Dit soort verbanden tussen regio’s zijn er ook als het gaat om verdienmodellen voor biodiversiteit, maatregelen rondom bodemdaling, circulaire toepassingen binnen de landbouw of de opzet van gebiedsfondsen.

Belangrijk is ook om het kenniskapitaal in de regio te benutten: niet alleen uit de wetenschap, maar ook kennis uit de bestuurspraktijk, ervaringskennis van waterschappen, natuurorganisaties en boeren. Regionale kennisinstellingen kunnen daarbij vaak de verbinding maken tussen theorie en praktijk. WUR en de gemeente Schouwen-Duiveland organiseren bijvoorbeeld een bijeenkomst over de verzilting in het gebied. Gebiedspartijen, wetenschappers en experts uit andere gebieden wisselen daarbij kennis uit én identificeren waar aanvullende kennis nodig is.

Daarom is op allerlei manieren gewerkt aan interactie binnen en tussen regio’s: de LNV-verbinders hielpen WUR in gesprek te komen met lokale partijen over hun behoeften, en op programmaniveau deelden WUR en gebieden de geleerde lessen terug in werkplaatsen en een IBP-VP over de rol van kennis in interbestuurlijk samenwerken en regionale gebiedsontwikkeling. Waardevol was ook het overleg in de werkgroep Kennis en Onderzoek van het IBP, en de gesprekken met andere betrokkenen zoals het Planbureau voor de Leefomgevingen de VNG.

Een gezamenlijk toekomstbeeld

De manier waarop gebieden aan de slag gaan met kennis verschilt. In sommige gebieden willen betrokkenen het helemaal met elkaar eens zijn over de gezamenlijke doelen voordat ze aan kennis gaan werken; andere gebieden gaan meer voor ‘leren door doen’, het opzetten van proeftuinen en pilots, daarvan te leren en daar samen op verder voort te bouwen.

Welke aanpak een gebied ook kiest: om kennisvraagstukken te identificeren en een gezamenlijke aanpak te formuleren, is een gezamenlijke en gedragen visie op de toekomst essentieel. Als er nog geen concreet gedeeld beeld is van de gewenste situatie, is het lastig stappen maken.

Realiseer je daarbij: kennis is politiek. Door in een vroeg stadium iets te onderzoeken vergroot je het uit, en de resultaten van een onderzoek kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de belangen van gebiedspartijen. Daarom is het belangrijk dat alle betrokken partijen elkaar bevragen over veronderstellingen, ambities, waarden en belangen. Zo ontdekken ze waar gezamenlijke kennisvragen liggen, hóe iedereen van de huidige naar de gewenste situatie wil komen, en waar ieders prioriteiten liggen.

Een informele poll onder de gebieden leidde tot de onderstaande inventarisatie van vragen, obstakels en behoeftes op het gebied van kennis.

Gewoon beginnen met korte én lange termijn

Wat veel trajecten laten zien, is dat wáár je begint minder belangrijk is dan dát je begint. Pak een ‘quick win’, leer samen, blijf in gesprek en bouw zo aan een gemeenschappelijk begrip van de kennis die je hebt en de kennis die nog ontbreekt. Maar vergeet ook de lange termijn niet. Begin nu al het gesprek over toekomstperspectieven en kennisbehoeften die daarmee samenhangen. Accepteer daarbij dat er soms meerdere waarheden zijn: kennis is geen ‘neutrale’ arbiter die altijd een perfect oordeel biedt over de te kiezen paden. Pas in het perspectief van de afwegingen en keuzes krijgt die kennis betekenis.

Acht lessen over kennis

1. Maak kennis een integraal onderdeel van je gebiedsproces

Kennis is een middel om de juiste afwegingen te kunnen maken en dingen op de goede manier te kunnen doen. Als je niet weet met welke maatregelen boeren erosie van heuvels kunnen tegengaan, kun je als overheid niet kiezen welke maatregelen je wilt stimuleren. Kennis krijgt pas betekenis als je het koppelt aan de vraagstukken in het gebied.

2. Werk samen aan een visie van de toekomst en pak van daaruit je kennisvragen aan

Als je niet goed weet waar je heen wilt, is het lastig om de juiste kennisvragen te identificeren en te benoemen ze voor het gebied kunnen betekenen. Kennisvragen onderdeel zijn van het gesprek over waar je als gebied naar toe wilt. Het is belangrijk om gebiedspartijen daar nauw bij te betrekken.

3. Kijk zowel operationeel als strategisch naar je kennisvraagstukken

Een doelgerichte aanpak van kennisvraagstukken op gebiedsniveau vraagt een visie voor de lange termijn, maar ook een vertaling naar activiteiten op de korte en middellange termijn. Door zowel operationeel als strategisch naar je kennisvraagstukken te kijken, kun je op de korte termijn meters maken én zorgen dat die meters naar een duidelijk doel leiden.

4. Erken het raakvlak tussen kennis en belangen

Kennis kan verschillende betekenissen hebben voor diverse gebiedspartijen. Door het gesprek hierover aan te gaan leer je over elkaars belangen en pijnpunten en kun je ervoor zorgen dat deze beter meegenomen worden. Daardoor kan worden bijgedragen aan wederzijds begrip en mogelijk ook aan gedragen oplossingen in het gebied.

5. Samen kun je meer dan alleen

Er is al enorm veel kennis in de regio: over besturen, over het gebied, over dingen doen in de praktijk. Deze kennis zit onder andere bij overheden, regionale kennisinstellingen en natuur- en landbouworganisaties. Door die kennis samen te brengen, uit te wisselen en van elkaar te leren, kom je tot beter beleid.

6. Leer van andere gebieden en trek samen op

Er zijn diverse verbanden tussen kennisvraagstukken die in verschillende gebieden spelen. Door met elkaar in gesprek te gaan kun je van elkaar leren en elkaars kennis benutten. Via digitale platforms, bijeenkomsten, persoonlijke uitwisseling en werkplaatsen voorkom je dat het wiel in verschillende gebieden opnieuw moet worden uitgevonden.

7. Laat ruimte voor aanpassing door dingen die je onderweg leert of tegenkomt

Het aanpakken van een kennisvraag is geen lineair proces. Ieder gebied komt zijn eigen obstakels tegen: regelgeving die knelt, gebrek aan verdienmodellen of nieuwe maatschappelijke vraagstukken. Door het kennisproces flexibel in te richten kun je de lessen die je leert gelijk toepassen en inspelen op nieuwe obstakels die je tegenkomt.

8. Begin vandaag nog!

Door aan de slag te gaan met het ontwikkelen van kennis leer je samen hoe je verder komt. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met een kennisvraag waarover al consensus bestaat, of juist een vraag die in kaart brengt welke belangen er spelen of waar partijen naartoe willen. Zo voorkom je dat de kennisopgave een kip-ei verhaal worden en zet je iets neer om op voort te bouwen.

Meer weten?

Het volledige verslag is terug te lezen op de pagina van de WUR.

Deel via