Dynamisch financieren in een stugge systeemwereld

Eén van de grootste uitdagingen van het IBP Vitaal Platteland is de noodzaak om ‘dynamisch te programmeren’. Dat wil zeggen: flexibel en in overleg bekijken welke projecten je oppakt en waar je geld aan uitgeeft. Heel lastig in een systeemwereld die uitgaat van verantwoording vooraf en ‘je gaat erover of niet’, vertellen Aart Kalshoven (ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en Carel Nobbe (Unie van Waterschappen en betrokken bij de zuidoostelijke zandgronden) van de werkgroep Financiële inzet & dynamisch programmeren. Maar lastig of niet, de conclusie na 3,5 jaar IBP Vitaal Platteland is positief: ‘Het kàn!’

Allereerst: wat is dat dynamisch programmeren precies? Carel: ‘Je hebt in elk Vitaal Platteland-gebied heel veel verschillende projecten, die je allemaal wilt uitvoeren. Maar op voorhand weet je niet of je genoeg geld hebt om dat allemaal te doen. Dynamisch of adaptief programmeren betekent dan: je kijkt samen met alle partijen in welke volgorde en in wat voor combinaties je met die projecten aan de slag gaat. Dat vraagt om ruimte en flexibiliteit. Je stelt niet vooraf een programma op voor vijf jaar, waarvan elke stap vaststaat.’

Potjes bij elkaar

Dat dat idee soms haaks staat op de bestuurlijke werkelijkheid, wist Aart Kalshoven toen hij de plannen bij LNV op zijn bureau kreeg. Aan hem de taak om te bepalen hoe het geld bij de gebieden terecht moest komen. ‘Tijdens een van de eerste bijeenkomsten hield Gelderland een inspirerend verhaal: ze beschreven dynamisch programmeren als ‘het benutten van kansen binnen een gezamenlijke koers’. Maar het is één ding om het eens te worden over die koers: iets anders is het om dat financieel te regelen. Wat we hebben geleerd is dat je je doelen makkelijker kunt realiseren door de beschikbare potjes bij elkaar te leggen. Maar de partijen moeten wél individueel verantwoording afleggen.’

‘We hebben er direct het ministerie van Financiën bijgehaald, want we wisten: we stappen in iets dat heel groot is, dat kan niemand alleen. De regels zijn helemaal niet gericht op dynamische doelen en het delen van budgetten tussen partijen: je gaat erover of je gaat er niet over.’

“Je gaat erover of je gaat er niet over.”

Blaren op de tong

Carel: ‘Ik dacht: er is veertig miljoen beschikbaar, de provincies hebben vast een bankrekeningnummer waar je het geld op kunt overmaken: in twee, drie weken moet dat kunnen! Maar de LNV’ers hebben zich de blaren op de tong moeten praten.’ Aart: ‘We wilden het geld aanvankelijk toevoegen aan het provinciefonds. Zo konden de provincies hun doelen en plannen met dat geld aan hun eigen Provinciale Staten verantwoorden. Maar de Algemene Rekenkamer ging daar niet in mee, want de provincie moet volledige autonomie hebben bij bestedingen uit het provinciefonds. We moesten dus op zoek naar een nieuw kader. Na een uiterste krachtsinspanning van een jaar vonden we de oplossing: het geld toekennen als formele subsidie, met ruime voorwaarden en zonder de eis van financiële verantwoording. Zo konden we zoveel mogelijk ruimte geven.’

“De LNV’ers hebben zich de blaren op de tong moeten praten.”

Vertrouwen speelt daarbij een belangrijke rol, zegt Carel. ‘En dat was er ook: het resultaat is dat provincies het geld zo kunnen besteden als zij denken dat goed is. Overigens moeten de provincies het geld verder verdelen – en daar speelt dezelfde spanning tussen flexibiliteit, vertrouwen en verantwoording. Gelukkig zijn ook de provincies erin geslaagd om met een heel eenvoudig subsidiekader te komen.’

Het kán

Tot slot: wat hebben ze geleerd van dit IBP Vitaal Platteland? Carel: ‘Het besef dat het kán. Ja, de systeemwereld en dynamische samenwerking kunnen elkaar in de weg zitten, maar het besef is nu doorgedrongen dat je daar iets aan kan doen. En ik hoop dat ook andere partijen dat herkennen, want er zijn nog veel meer van dit soort programma’s – natuur, stikstof, landschap, bos, ruimtelijke adaptatie, wel dertig of veertig.’ Aart: ‘Die moeten allemaal integraal werken, in het landelijk gebied, met de beperkte ruimte die er is. De ervaring uit het IBP Vitaal Platteland kan helpen om die thema’s, en de geldstromen, dichter bij elkaar te brengen.’

Sander Band, ambtelijk opdrachtgever namens LNV schreef al eerder een blog over de ingewikkelde relatie tussen het begrip samenwerken en de vraag ‘wie waarover gaat’: Paradigma’s en rijksgeld.

Met Financiën het veld in

Om een onorthodoxe werkwijze toe te lichten moet je soms onorthodoxe dingen doen, dacht programmamanager Olga van Kalles. En dus besloot ze de noodzaak van dynamisch en flexibel werken te onderstrepen met een excursie. Ze vertelt: ‘Begin 2019 had het ministerie 40 miljoen klaarliggen. Daarvoor moest de slagboom omhoog, maar normaal gesproken worden er allerlei kaders en voorwaarden aan het uitgeven van die gelden gesteld. Terwijl wij juist zo veel mogelijk ruimte aan het gebied wilden geven. Daarom hebben we in april 2019 met medewerkers van het ministerie van Financiën een veldbezoek gebracht aan het Vitaal Platteland-gebied zuidoostelijke zandgronden. We wilden in de praktijk laten zien hoe anders dan anders dit gebiedsproces was. Een programma vol transities waarvan je van tevoren nog niet helemaal weet hoe ze gaan lopen, en waarin je ruimte wilt houden voor alle partijen. We lieten zien dat dit niet een ideetje was van een paar ambtenaren, maar dat er echt bestuurlijke drive achter zat, dat overheden echt met elkaar op zoek waren. Zeer uitzonderlijk om Haagse ambtenaren, en zeker de specialisten van Financiën, ineens naar de andere kant van het land van het land te halen. Het werd enorm gewaardeerd om met eigen ogen de praktijk te kunnen zien. En het was goed om te laten zien dat het Rijk niet altijd allesbepalend is, dat hier een enorm deel van de investering vanuit lagere overheden kwam: uiteindelijk 50 miljoen vanuit Den Haag en 150 miljoen vanuit gebieden zelf.’

Deel via