Het hoge woord is aan …

al onze ambassadeurs

Mensen maken de transitie! Alle verandering begint met professionals die iets willen omdat ze erin geloven. Dat geldt ook voor de experimentele samenwerking die binnen het IBP VP vorm heeft gekregen. Ook daarvoor zijn mensen nodig die het voortouw nemen, zich uitspreken, de opgave omarmen en de eigen organisatie daarin meenemen. In de afgelopen jaren hebben vele professionals zich uitgesproken over nut en belang van interbestuurlijk samenwerken. In deze compilatie komt een aantal bestuurders aan het woord.

Column Johan Osinga

We moeten partner

zijn voor de praktijk’

In september 2018 stapte Johan Osinga over van de provincie Overijssel naar het ministerie. Hij kent dus meerdere bestuurslagen die bij het IBP Vitaal Platteland betrokken zijn. ‘Binnen logische, geografisch en cultureel bij elkaar passende gebieden worden in gezamenlijkheid de beste oplossingen gerealiseerd’, meent hij. ‘Ik vind dat we ons daar vanuit het Rijk heel erg bewust van moeten zijn. Het gebeurt uiteindelijk allemaal buiten, niet binnen de muren van de ministeries.’

Samen slim denken én doen

‘Ik ben ervan overtuigd dat we complexe opgaves zoals die van het Vitaal Platteland echt als één overheid moeten aanpakken. De leefbaarheid op het platteland is van groot belang. Je moet er goed kunnen wonen en werken, maar de uitdagingen daarbij zijn niet gering. De voorzieningen voor bewoners staan onder druk. De landbouw verandert, waardoor er onder andere op afzienbare termijn veel stalruimte leeg komt te staan. De opgaves op het gebied van klimaat en energietransitie komen eraan. Er zijn miljoenen vierkante meters asbestdaken die gesaneerd moeten. En dan is er nog het risico van ondermijning. Bij het aanpakken van dit soort vraagstukken kom je als overheid niet ver, als elke bestuurslaag zich om de beurt bij de burger meldt.’ Bodemdaling is ook zo’n urgent, complex en kostbaar vraagstuk, waarbij de belangen én de mogelijke oplossingen sterk uiteenlopen. Osinga: ‘Als je bijvoorbeeld melkveehouder bent in een gebied waar bodemdaling speelt, dan krijg je de overheid niet alleen daarvoor over de vloer, maar ook voor fosfaat, ammoniak, weidevogels, kringlooplandbouw, landschap, insecten, windmolens, zonnepanelen, asbest, CO2, noem maar op. We kunnen daar als overheden niet één voor één en voor elk onderwerp even langs gaan, want dan weet zo’n melkveehouderij zo langzamerhand echt niet meer wat hij moet doen en dan gebeurt er niks. We moeten écht samen slim gaan denken én doen om hier tot passende oplossingen te komen.’

“Van-buiten-naar-binnen”

IBP VP als landelijke hulpmotor stopt, maar de gebiedssamenwerking blijft. ‘We gaan als vier overheden door met de samenwerking in de gebieden. Vanuit LNV blijven we werken met de inzet van verbinders tussen Rijk en regio. Er zijn ook twee dingen die we anders moeten gaan doen: een integrale aanpak vraagt ook om een integrale ondersteuning vanuit het Rijk. Daar is nog veel winst te behalen. We moeten een meer “integrale doorstart” maken. Daarvoor hebben we een nieuw instrument: het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Daar trekken BZK en LNV samen aan, samen met andere departementen. Het tweede punt dat we anders moeten doen, is echt partner zijn voor de praktijk, meer regelruimte bieden.’ En gevraagd naar de belangrijkste les eindigt Osinga: ‘We hebben bevestigd gekregen dat we meer voor elkaar krijgen als we "van-buiten-naar-binnen" denken en de gebruiker centraal stellen. En het werkt het beste als burgers zélf de opgave zien en er mee aan de slag willen. Dat betekent dat je vraagstukken moet aanpakken in logische, niet al te grote gebieden en dat je kiest voor een manier van werken die begrijpelijk is. Dat is in de praktijk best lastig allemaal, maar ik ben er mede dankzij IBP VP optimistisch over. Ik zie steeds meer en vaker dat het lukt. En daar waar het lukt, voel je de energie gewoon omhoog borrelen. Deze manier van werken past heel goed bij de kernwaarden van het ministerie van LNV, vind ik: slagvaardig, verbindend en vernieuwend.’

Column Johan Osinga

We moeten partner zijn voor de praktijk’

In september 2018 stapte Johan Osinga over van de provincie Overijssel naar het ministerie. Hij kent dus meerdere bestuurslagen die bij het IBP Vitaal Platteland betrokken zijn. ‘Binnen logische, geografisch en cultureel bij elkaar passende gebieden worden in gezamenlijkheid de beste oplossingen gerealiseerd’, meent hij. ‘Ik vind dat we ons daar vanuit het Rijk heel erg bewust van moeten zijn. Het gebeurt uiteindelijk allemaal buiten, niet binnen de muren van de ministeries.’

Samen slim denken én doen

‘Ik ben ervan overtuigd dat we complexe opgaves zoals die van het Vitaal Platteland echt als één overheid moeten aanpakken. De leefbaarheid op het platteland is van groot belang. Je moet er goed kunnen wonen en werken, maar de uitdagingen daarbij zijn niet gering. De voorzieningen voor bewoners staan onder druk. De landbouw verandert, waardoor er onder andere op afzienbare termijn veel stalruimte leeg komt te staan. De opgaves op het gebied van klimaat en energietransitie komen eraan. Er zijn miljoenen vierkante meters asbestdaken die gesaneerd moeten. En dan is er nog het risico van ondermijning. Bij het aanpakken van dit soort vraagstukken kom je als overheid niet ver, als elke bestuurslaag zich om de beurt bij de burger meldt.’ Bodemdaling is ook zo’n urgent, complex en kostbaar vraagstuk, waarbij de belangen én de mogelijke oplossingen sterk uiteenlopen. Osinga: ‘Als je bijvoorbeeld melkveehouder bent in een gebied waar bodemdaling speelt, dan krijg je de overheid niet alleen daarvoor over de vloer, maar ook voor fosfaat, ammoniak, weidevogels, kringlooplandbouw, landschap, insecten, windmolens, zonnepanelen, asbest, CO2, noem maar op. We kunnen daar als overheden niet één voor één en voor elk onderwerp even langs gaan, want dan weet zo’n melkveehouderij zo langzamerhand echt niet meer wat hij moet doen en dan gebeurt er niks. We moeten écht samen slim gaan denken én doen om hier tot passende oplossingen te komen.’

“Van-buiten-naar-binnen”

IBP VP als landelijke hulpmotor stopt, maar de gebiedssamenwerking blijft. ‘We gaan als vier overheden door met de samenwerking in de gebieden. Vanuit LNV blijven we werken met de inzet van verbinders tussen Rijk en regio. Er zijn ook twee dingen die we anders moeten gaan doen: een integrale aanpak vraagt ook om een integrale ondersteuning vanuit het Rijk. Daar is nog veel winst te behalen. We moeten een meer “integrale doorstart” maken. Daarvoor hebben we een nieuw instrument: het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Daar trekken BZK en LNV samen aan, samen met andere departementen. Het tweede punt dat we anders moeten doen, is echt partner zijn voor de praktijk, meer regelruimte bieden.’ En gevraagd naar de belangrijkste les eindigt Osinga: ‘We hebben bevestigd gekregen dat we meer voor elkaar krijgen als we "van-buiten-naar-binnen" denken en de gebruiker centraal stellen. En het werkt het beste als burgers zélf de opgave zien en er mee aan de slag willen. Dat betekent dat je vraagstukken moet aanpakken in logische, niet al te grote gebieden en dat je kiest voor een manier van werken die begrijpelijk is. Dat is in de praktijk best lastig allemaal, maar ik ben er mede dankzij IBP VP optimistisch over. Ik zie steeds meer en vaker dat het lukt. En daar waar het lukt, voel je de energie gewoon omhoog borrelen. Deze manier van werken past heel goed bij de kernwaarden van het ministerie van LNV, vind ik: slagvaardig, verbindend en vernieuwend.’

“Het interbestuurlijke vraagt van een bestuurder dat hij of zij zich echt dient te verdiepen in het probleem van de ander. Het betekent ook dat je niet altijd helemaal krijgt wat jij graag zou willen. Het cliché is echt waar: alleen ga je sneller, maar samen kom je verder.”

– Johan Osinga, DG ministerie van LNV

image

Ellen van Selm >

Burgemeester Opsterland, voorzitter P10

image

Maikel van der Neut >

Wethouder Berkelland

image

Alex Datema >

Voorzitter BoerenNatuur

image

Antoinet van Helvoirt-Looman >

Bestuurslid Waterschap Rijn en IJssel

image

Bert de Groot >

Hoogheemraad Waterschap De Stichtse Rijnlanden

image

Henk Jan Soede >

Voorzitter agrarisch collectief Rijn, Vecht en Venen

image

Hanke Bruins Slot >

Gedeputeerde provincie Utrecht

image

Arjan van Rijn >

Bestuurder Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

image

Pierre Bos >

Burgemeester Gemeente Boekel

image

Esther Rommel >

Gedeputeerde provincie Noord-Holland

image

Frank de Wit >

Voorzitter Agr. natuurvereniging Water, Land en Dijken

image

Sander Band >

Opdrachtgever IBP-VP namens Ministerie LNV

image

Albert Vermue >

Beleidsdirecteur Leefomgeving VNG en opdrachtgever IBP-VP

image

Henk Staghouwer >

Gedeputeerde provincie Groningen

image

Henry Meijdam >

Waarnemend burgemeester Lelystad

image

Tiny Bijl >

Wethouder gemeente Steenwijkerland

image

Bert Nederveen >

Wethouder gemeente Westerkwartier

Michiel Rijsberman >

Gedeputeerde provincie Flevoland

Deel via